ECLI:NL:RVS:2015:3468
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en vertrektermijn
De vreemdeling, van Poolse nationaliteit, was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 30 juni 2015. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en tegen de beëindiging van zijn rechtmatig verblijf per 26 maart 2015, met een vertrektermijn van vier weken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de beoordeling van de vertrektermijn niet binnen de bewaringprocedure thuishoort. Hij stelde dat de vertrektermijn in strijd is met artikel 30, derde lid, van Richtlijn 2004/38/EG, omdat hij zich nog binnen de vertrektermijn bevond bij inbewaringstelling.
De Afdeling overwoog dat de vertrektermijn onderdeel is van het besluit tot beëindiging van het verblijf, dat afzonderlijk van de bewaring is genomen. Tegen dit besluit staan aparte rechtsmiddelen open. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de bewaringprocedure niet geschikt is om de rechtmatigheid van de vertrektermijn te toetsen. Het beroep is kennelijk ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.