ECLI:NL:RVS:2015:3448
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- R. Uylenburg
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan nieuw agrarisch bedrijf Sevenumsedijk Maasbree wegens strijd met Structuurvisie en onvoldoende onderzoek volwaardigheid
De raad van de gemeente Peel en Maas stelde op 8 juli 2014 het bestemmingsplan "Nieuw agrarisch bedrijf aan de Sevenumsedijk te Maasbree" vast, gericht op de vestiging van een plantenkwekerij met bedrijfswoning. Omwonenden, appellanten, maakten bezwaar tegen het plan vanwege de impact op hun woon- en leefklimaat en stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde onder meer de beleidsvrijheid van de raad, de wijzigingen tussen ontwerp en vaststelling, en de rechtmatigheid van het plan. Er ontstond rechtsonzekerheid door discrepanties tussen het vaststellingsbesluit en digitale bestanden van het bestemmingsplan, die later werden hersteld. Wel werd vastgesteld dat enkele onderdelen, zoals de aanduiding "wro - zone - wijzigingsgebied 4 go" en de landschappelijke inpassing, niet in overeenstemming waren met het vaststellingsbesluit.
Cruciaal was dat het plan in strijd was met de Structuurvisie Klavertje 4-gebied, waarin nieuwvestiging van niet-grondgebonden agrarische bedrijven op agrarisch landschap niet is toegestaan. De raad had onvoldoende gemotiveerd waarom het plan hiervan mocht afwijken. Daarnaast was het onderzoek naar de volwaardigheid van het agrarisch bedrijf onvoldoende, mede doordat de raad ten onrechte rekening hield met faciliteiten van een derde partij, waardoor niet was aangetoond dat het bedrijf zelfstandig levensvatbaar is.
Gelet op deze tekortkomingen verklaarde de Afdeling het beroep gegrond en vernietigde het bestemmingsplan. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan voor het nieuwe agrarische bedrijf aan de Sevenumsedijk te Maasbree is vernietigd wegens strijd met de Structuurvisie en onvoldoende onderbouwing van de volwaardigheid van het bedrijf.