ECLI:NL:RVS:2015:3419
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsominvordering wegens onjuiste motivering en onvoldoende bewijs
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde aan appellant een dwangsom van €5.000 op wegens overtreding van de Huisvestingsverordening 2011, omdat de woning te veel kamerbewoners zou hebben gehad zonder onttrekkingsvergunning. Appellant stelde dat de woning tijdelijk leegstond en dat de inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie (gba) onbetrouwbaar waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college het vermoeden van bewoning op basis van de gba-inschrijvingen niet voldoende had geverifieerd. De verklaring van de inspecteur was onvoldoende betrouwbaar omdat deze niet op ambtseed was vastgelegd en de identiteit van de gesprekspartner onbekend bleef.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, omdat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank alsnog toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en onzorgvuldige motivering.