ECLI:NL:RVS:2015:3409
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 4 augustus 2014 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod uitgevaardigd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de vreemdeling als de staatssecretaris hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is en dat van de staatssecretaris kennelijk gegrond. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris de vreemdeling nader had moeten horen over zijn gestelde bekering tot het christendom. De motivering van de staatssecretaris dat de vreemdeling onvoldoende overtuigde over zijn oprechte bekering wordt door de Raad van State onderschreven.
Verder oordeelt de Raad dat het onthouden van een vertrektermijn in het terugkeerbesluit gegrond is vanwege het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht onttrekt. Ook is het niet onrechtmatig dat tijdens het gehoor niet expliciet is ingegaan op het voornemen tot het uitvaardigen van het inreisverbod, aangezien de vreemdeling de gelegenheid had om individuele omstandigheden aan te voeren.
De Raad van State vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.