ECLI:NL:RVS:2015:3398
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluiten en inreisverboden wegens strijd met Awb en Terugkeerrichtlijn
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluiten van 30 augustus 2013 aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen, hen opgedragen het EU-grondgebied te verlaten en inreisverboden uitgevaardigd tegen twee van hen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit van 29 april 2014 dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. De Afdeling oordeelt dat de besluiten van 30 augustus 2013 niet voldoen aan de vereisten van de Terugkeerrichtlijn, omdat zij niet concreet vaststellen dat het verblijf illegaal is, waardoor de inreisverboden ontbreken aan een wettelijke grondslag.
Verder faalden de beroepsgronden van de vreemdelingen over discriminatie, toerekening van het gedrag van ouders aan het kind, opvang in gezinslocaties en toepassing van discretionaire bevoegdheid. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro werd door de staatssecretaris voldoende gemaakt. De Afdeling veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en herroept de terugkeerbesluiten en inreisverboden.
Uitkomst: De terugkeerbesluiten en inreisverboden worden vernietigd en herroepen wegens strijd met de Awb en Terugkeerrichtlijn.