ECLI:NL:RVS:2015:3380
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor functie afvalcoördinator
De staatssecretaris heeft op 8 september 2014 de aanvraag van appellant om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor de functie van afvalcoördinator afgewezen. Deze weigering werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Overijssel op 2 februari 2015. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg) de staatssecretaris de afgifte van een VOG mag weigeren indien strafbare feiten in de justitiële documentatie voorkomen die, indien herhaald, een belemmering vormen voor de functie waarvoor de VOG wordt gevraagd. Appellant had binnen de terugkijktermijn van vier jaar meerdere veroordelingen, waaronder voor overtredingen van de Opiumwet, diefstal en wapens.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht het objectieve criterium toepaste en dat de strafbare feiten, los van de persoon van appellant, een risico voor de samenleving vormen bij de beoogde functie. Ook het subjectieve criterium werd juist toegepast, waarbij het belang van beperking van risico’s voor de samenleving zwaarder woog dan het belang van appellant bij het verkrijgen van de VOG. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag voor de functie van afvalcoördinator vanwege relevante justitiële antecedenten en het risico voor de samenleving.