ECLI:NL:RVS:2015:3374
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks overgangsmaatregelen EU
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen een boete van €14.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een Bulgaarse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De werkgever stelde dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en dat de boete in strijd was met het EU-recht, met name artikel 20 van Pro het VWEU en de overgangsmaatregelen voor Bulgaarse werknemers. De rechtbank had geoordeeld dat sprake was van een gezagsverhouding en dat de vergunningplicht terecht was gehandhaafd tot 1 januari 2014.
De Raad van State oordeelde dat de verklaringen van de vreemdeling en de werkgever in de keten voldoende bewijs vormden voor het bestaan van een gezagsverhouding, waardoor de vreemdeling niet als zelfstandige kon worden aangemerkt. Verder werd bevestigd dat Nederland binnen de beoordelingsruimte van het Unierecht handelde door de overgangsmaatregelen te handhaven en dat de boete niet in strijd was met het EU-recht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €14.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd.