ECLI:NL:RVS:2015:3371
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks overgangsmaatregelen EU
De minister legde op 11 juli 2013 een boete van €9.500,- op aan [appellante] wegens het laten verrichten van arbeid door een Bulgaarse vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en het niet vaststellen van diens identiteit volgens de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep volgde bij de Raad van State.
[Appellante] voerde aan dat de vreemdeling als zelfstandige werkte en dat de boete in strijd was met EU-rechten, waaronder artikel 20 van Pro het VWEU en de overgangsmaatregelen voor Bulgaarse werknemers. Ook stelde zij dat de vergunningplicht ten onrechte was gehandhaafd en dat de boete in strijd was met het lex-certabeginsel.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onder gezag van [bedrijf] werkte en dat de overeenkomst eerder op een arbeidsovereenkomst leek dan op een zelfstandige opdracht. De overgangsmaatregelen waren rechtsgeldig toegepast tot 1 januari 2014 en de boete was niet in strijd met EU-recht. Het lex-certabeginsel werd niet geschonden omdat de verantwoordelijkheid voor controle van het identiteitsdocument bij [appellante] lag.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af, met een verbetering van de motivering over de overgangsmaatregelen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €9.500,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.