ECLI:NL:RVS:2015:3333
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees op 22 december 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juni 2015 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de dochter van de vreemdeling risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Guinee. De dochter bezit de Nederlandse nationaliteit en wordt niet met uitzetting bedreigd, waardoor het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro niet ter beoordeling stond in deze procedure.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderbouwd waarom de dochter risico zou lopen en dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de aanvraag alleen voor de vreemdeling zelf gold. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De vreemdeling staat vrij een nieuwe aanvraag in te dienen indien zij verblijf bij haar dochter in Nederland beoogt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.