ECLI:NL:RVS:2015:3329
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling naar land van herkomst
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 26 augustus 2015 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 september 2015 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure overgelegd is een door de vreemdeling ondertekende vertrekverklaring waaruit blijkt dat hij op 28 september 2015 met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie Nederland heeft verlaten en is teruggekeerd naar Oekraïne, zijn land van herkomst. Hierdoor heeft de vreemdeling geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep.
De Raad van State verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid H.G. Lubberdink op 21 oktober 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door vertrek naar het land van herkomst.