ECLI:NL:RVS:2015:3324
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en belangenafweging artikel 8 EVRM
Bij besluit van 31 december 2013 heeft de staatssecretaris de aanvraag van een vreemdeling om wijziging van de beperking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen en deze vergunning ingetrokken. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 26 augustus 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro niet deugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris had de belangen van de Nederlandse staat, de vreemdeling en haar kind voldoende betrokken, waarbij onder meer werd meegewogen dat de vreemdeling sterke banden met Marokko heeft en geen bijzondere banden met Nederland, en dat zij als alleenstaande moeder in Marokko met hulp van familie en organisaties kan functioneren.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris mocht zich op het standpunt stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere individuele omstandigheden bestonden die verblijf in Nederland noodzakelijk maakten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.