ECLI:NL:RVS:2015:3302
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over aanvraag tewerkstellingsvergunning en bestuursrechtelijke procedure
Appellanten, bestaande uit werkgevers en werknemers, verzochten de Raad van Bestuur om een bestuurlijk rechtsoordeel over de noodzaak van een tewerkstellingsvergunning (twv) voor bepaalde werkzaamheden. Na het uitblijven van een besluit stelden zij beroep in bij de rechtbank, die zich onbevoegd verklaarde. In hoger beroep betoogden zij dat het indienen van individuele aanvragen onevenredig bezwarend is en dat het ontbreken van een overgangsregeling leidt tot onredelijke situaties.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat een bestuurlijk rechtsoordeel in het algemeen niet als een besluit kan worden aangemerkt en dat de aangewezen weg voor rechtsbescherming het aanvragen van een twv of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (gvva) is. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het indienen van aanvragen niet onevenredig bezwarend is, ook niet vanwege de kosten, de duur van de procedure of het ontbreken van een overgangsregeling.
Verder is geoordeeld dat appellanten niet hoeven te wachten op handhavingsbesluiten die onomkeerbare gevolgen kunnen hebben. De omstandigheden van onzekerheid en terugkeer van werknemers naar China rechtvaardigen geen afwijkend oordeel. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering omtrent het niet-ontvankelijkverklaringsverzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.