ECLI:NL:RVS:2015:33
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen particuliere bewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer legde [appellante] een last onder dwangsom op om de particuliere bewoning van panden aan de Kamperstraat te staken, omdat dit in strijd was met het geldende bestemmingsplan dat het perceel bestemde als bedrijventerrein met bedrijfswoningen. [appellante] voerde aan dat de particuliere bewoning was toegestaan op grond van een bouwvergunning uit 1956 en een gebruiksvergunning uit 2006, en dat handhaving onevenredig zou zijn vanwege financiële gevolgen en het bestaan van vergelijkbare situaties.
De rechtbank oordeelde dat de bouwvergunning betrekking had op bedrijfswoningen en niet op particuliere woningen, dat het college bevoegd was tot handhaving, en dat er geen concreet zicht op legalisering bestond. Ook werd geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden omdat de door [appellante] aangehaalde gevallen niet vergelijkbaar waren. Het beroep tegen het handhavingsbesluit en de invordering van dwangsommen werd ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak en verwierp de bezwaren van [appellante] tegen de aanvang van de begunstigingstermijn en de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit en de invordering van dwangsommen wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.