ECLI:NL:RVS:2015:3294
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- D.J.C. van den Broek
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over handhaving short stay verhuur in Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees het verzoek van Koninklijke Horeca Nederland af om handhavend op te treden tegen het short stay gebruik van appartementen aan de Statenstraat 4/Vrijthof te Maastricht. Na bezwaar werd het college verplicht City Investments en US CV-III te gelasten de verhuur voor kortere perioden dan vier weken te staken onder dwangsom.
De rechtbank Limburg vernietigde dit besluit en oordeelde dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden. Het college en de verhuurders stelden vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het gebruik voor short stay niet valt onder de woonbestemming volgens het bestemmingsplan "Centrum" en dat het college wel bevoegd was handhavend op te treden. De verhuur voor korte periodes is in strijd met het bestemmingsplan en vormt een overtreding. Het beroep van het college werd gegrond verklaard, dat van City Investments en US CV-III ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Verder verwierp de Afdeling bezwaren over het vertrouwensbeginsel, de begunstigingstermijn, de hoogte van de dwangsom en de mogelijkheid tot legalisatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en het besluit tot handhaving tegen short stay verhuur is bevestigd.