ECLI:NL:RVS:2015:3293
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlenging tewerkstellingsvergunningen wegens beschikbaarheid prioriteitgenietend aanbod
Bij onderscheiden besluiten van 31 januari 2014 heeft de Raad van Bestuur de aanvragen van appellante om verlenging van tewerkstellingsvergunningen voor vier vreemdelingen afgewezen. De vergunningen betroffen functies als frituurkok en souschef Chinese keuken en waren eerder verleend met een geldigheidsduur van drie jaar. Appellante verzocht om administratief dichten van de tijdsgaten tussen afgifte en daadwerkelijke inreis van de vreemdelingen, zodat de volledige geldigheidsduur benut kon worden.
De Raad van Bestuur weigerde dit verzoek omdat de gaten meer dan negen maanden bedroegen en deze periode voor rekening van appellante kwam, aangezien de late inreis een bewuste keuze van de vreemdelingen was. De aanvragen werden daarom als nieuwe aanvragen beoordeeld en afgewezen vanwege beschikbaarheid van prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt.
Appellante stelde dat de termijn van negen maanden niet bekend was gemaakt en dat zij erop mocht vertrouwen dat de gaten administratief zouden worden gedicht. De Raad van State oordeelde dat de uitvoeringspraktijk consistent was toegepast en dat appellante geen concrete voorbeelden had aangevoerd van afwijkende beslissingen. Het vertrouwen van appellante was daarom onterecht.
Omdat appellante in hoger beroep geen gronden aanvoerde tegen de afwijzing op basis van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet arbeid vreemdelingen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verlenging van de tewerkstellingsvergunningen bevestigd.