ECLI:NL:RVS:2015:3279
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbesluit dwangsom wegens niet-bekendmaking en verjaring
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellante een last onder dwangsom op om de onzelfstandige bewoning van een woning te beëindigen. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit en stelde beroep in tegen het besluit van het college en tegen het invorderingsbesluit van de dwangsom.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het invorderingsbesluit van 7 november 2014 niet op juiste wijze is bekendgemaakt aan appellante. Hierdoor is het besluit niet in werking getreden en is de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom inmiddels verjaard.
De Afdeling vernietigt het invorderingsbesluit en verklaart het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk omdat appellante geen belang meer heeft. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het invorderingsbesluit wordt vernietigd wegens niet-bekendmaking en verjaring, het beroep tegen het eerdere besluit is niet-ontvankelijk, en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.