ECLI:NL:RVS:2015:3262
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardig asielrelaas
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 1 oktober 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals de vreemdeling incidenteel hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk is omdat het niet voldoet aan de vereisten van een grief. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond omdat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De staatssecretaris had terecht geconcludeerd dat het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht heeft, mede vanwege het ontbreken van concrete kennis over de regio Zuid-Kivu en tegenstrijdigheden in haar verklaringen.
De Afdeling vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en de uitspraken van de rechtbank vernietigd.