ECLI:NL:RVS:2015:312
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring onrechtmatig voortgezet wegens gebrek aan opvang
Bij besluiten van 24 november 2014 zijn de vreemdelingen in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdelingen stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de voortzetting van de bewaring na 28 november 2014, terwijl op die datum bleek dat geen opvang beschikbaar was en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) de vreemdelingen niet in de vrieskou wilde laten staan. De rechtbank had geoordeeld dat de bewaring pas op 1 december 2014 hoefde te worden opgeheven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de voortzetting van de bewaring vanaf 28 november 2014 niet langer rechtmatig was omdat deze niet meer gericht was op uitzetting. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen de bewaring alsnog gegrond verklaard. De vreemdelingen kregen een vergoeding toegekend over de onrechtmatige periode en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De voortzetting van de vreemdelingenbewaring na 28 november 2014 was onrechtmatig en de vreemdelingen kregen een vergoeding toegekend.