ECLI:NL:RVS:2015:31
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor illegale verhuur zonder huisvestingsvergunning in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde op 4 juni 2012 een bestuurlijke boete van €8.000 op aan appellant wegens het in gebruik geven van een woning met een huurprijs onder de huurprijsgrens aan een huishouden zonder huisvestingsvergunning. Na bezwaar en beroep matigde de rechtbank de boete tot €4.000 en oordeelde dat appellant de woning bedrijfsmatig exploiteerde en het verbod had overtreden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet verantwoordelijk was voor de verhuur omdat zijn broer dit beheerde, en betwistte de juistheid van het proces-verbaal en de huurprijs. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de eigenaar in beginsel verantwoordelijk is voor het rechtmatig gebruik van de woning en dat het proces-verbaal rechtsgeldig was opgesteld, waarbij de verklaringen van de huurder voldoende waren.
Verder faalden de bezwaren van appellant tegen het niet horen van getuigen, mede omdat hij geen tolk had meegebracht voor niet-Nederlandstalige getuigen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de boete van €4.000 gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €4.000 wegens illegale verhuur zonder huisvestingsvergunning.