ECLI:NL:RVS:2015:3097
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor kinderalimentatie na eerdere toevoeging omgangsregeling
Bij besluit van 26 december 2013 verleende de raad een toevoeging voor rechtsbijstand aan appellante voor een procedure over een omgangsregeling na echtscheiding. Op dezelfde datum wees de raad een aanvraag voor een toevoeging voor kinderalimentatie af omdat dit volgens de raad hetzelfde rechtsbelang betrof.
Appellante stelde dat de toevoeging voor omgangsregeling nog niet was verleend ten tijde van haar aanvraag en dat het om verschillende rechtsbelangen zou gaan. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het tijdstip van het besluit en niet de aanvraag bepalend is, en dat omgangsregeling en kinderalimentatie beide betrekking hebben op de verzorging en opvoeding van het kind na verbreking van de ouderrelatie. Het verschil tussen een immaterieel en materieel belang doet hier niet aan af. Ook het beleid van de staatssecretaris dat zelfstandige toevoegingen mogelijk maakt, staat dit niet tegen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging voor kinderalimentatie bevestigd.