ECLI:NL:RVS:2015:3089
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende rijgeschiktheid na onderzoek
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig na een onderzoek door een arts en psychiater, die concludeerden dat appellant een verstandelijke beperking heeft en alcohol- en drugsmisbruik vertoont. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en voerde aan dat het CBR onzorgvuldig handelde door het verslag van bevindingen niet tijdig aan hem te verstrekken, waardoor hij zijn rechten niet kon uitoefenen.
De rechtbank oordeelde dat het verslag wel was toegezonden en dat het CBR het besluit terecht baseerde op de onderzoeksresultaten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde echter vast dat het verslag voorafgaand aan het besluit van 11 oktober 2013 niet aan appellant was toegezonden, waardoor het CBR in strijd met de Awb handelde. Desondanks werd het hoger beroep ongegrond verklaard omdat appellant het verslag later wel ontving en zijn bezwaren in bezwaar en beroep heeft kunnen inbrengen.
Verder verwierp de Raad van State het betoog van appellant dat het verslag onjuistheden bevatte. De verklaringen in het verslag werden niet aannemelijk betwist en vormden een voldoende grondslag voor het besluit van het CBR. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 oktober 2015.
Uitkomst: De ongeldigverklaring van het rijbewijs door het CBR wordt bevestigd ondanks procedurele tekortkomingen.