ECLI:NL:RVS:2015:3081
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Somalië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 22 september 2013 de aanvraag van een Somaliër om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank ten onrechte het beleid uit het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000 (WBV 2009/16) niet correct had toegepast. Dit beleid sluit asielzoekers uit Somalië die hun aanvraag op of na 19 mei 2009 indienden uit voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat de datum van het uiten van de asielwens bepalend was in plaats van de datum van de formele aanvraag. De beleidskeuze van de staatssecretaris is volgens vaste jurisprudentie niet onredelijk. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €490,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding van deze kosten beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.