ECLI:NL:RVS:2015:3053
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing inzageverzoek persoonsgegevens ambtenaren UWV
In deze zaak heeft appellante verzocht om inzage in persoonsgegevens die betrekking hebben op haar, waaronder correspondentie met derden binnen en buiten het UWV. De raad van bestuur heeft dit verzoek gedeeltelijk ingewilligd, maar geweigerd om namen van medewerkers te verstrekken, omdat deze gegevens niet onder het inzagerecht van de Wet bescherming persoonsgegevens vallen.
Appellante voerde onder meer aan dat de uitspraak van de rechtbank mogelijk niet rechtsgeldig tot stand was gekomen en dat namen van ambtenaren altijd openbaar moeten zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft deze bezwaren onderzocht en geoordeeld dat de uitspraak rechtsgeldig is en in het openbaar is gedaan conform wettelijke vereisten.
De Afdeling bevestigt dat het inzagerecht op grond van artikel 35 Wbp Pro uitsluitend betrekking heeft op persoonsgegevens van de betrokkene zelf en niet op persoonsgegevens van derden, zoals ambtenaren. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de raad van bestuur de namen van medewerkers niet hoefde te verstrekken.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.