ECLI:NL:RVS:2015:3047
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Kramer
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake standplaatsvergunning Heesch
Het geschil betreft de verlenging en verlening van een standplaatsvergunning voor de verkoop van bloemen, planten en aanverwante producten op vrijdagen in Heesch. Het college van burgemeester en wethouders verleende aanvankelijk een vergunning tot oktober 2013, welke werd verlengd tot december 2013. Een daaropvolgende aanvraag voor een vergunning voor onbepaalde tijd werd afgewezen.
De appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarbij het bezwaar tegen het besluit van 16 september 2013 door het college niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde dit bezwaar echter ontvankelijk en vernietigde het besluit van het college. Het beroep tegen het besluit van 18 november 2013 werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat tegen het besluit van 16 september 2013 geen hoger beroep is ingesteld binnen de wettelijke termijn, waardoor dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Het college heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat dit anders oordeelde en verklaart het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid alsnog ongegrond.
Verder bevestigt de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat het beroep tegen de handhaving van het besluit van 18 november 2013 ongegrond is. Er zijn geen nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wetswijzigingen aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen. De Afdeling bepaalt dat het griffierecht aan de appellant wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 16 september 2013 wordt alsnog niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de handhaving van het besluit van 18 november 2013 wordt ongegrond verklaard.