ECLI:NL:RVS:2015:3021
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering machtiging tot voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 11 oktober 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na bezwaar en een aanvullend besluit handhaafde de staatssecretaris dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een eigen belangenafweging had gemaakt in plaats van de belangenafweging van de staatssecretaris terughoudend te toetsen. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat de staatssecretaris de relevante belangen had betrokken en zich deugdelijk had gemotiveerd.
De Afdeling stelde vast dat het aan de vreemdeling was om aan te tonen dat het gezinsleven niet in Ethiopië of Noorwegen kon worden voortgezet, wat niet was gebeurd. Ook was onvoldoende aangetoond dat de intensiteit van het gezinsleven tussen de vreemdeling en referente aannemelijk was gemaakt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en beroep vreemdeling ongegrond verklaard.