ECLI:NL:RVS:2015:3011
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris wees op 31 oktober 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de belangenafweging omtrent het mvv-vereiste deugdelijk had gemotiveerd en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Koeweit of Sudan uit te oefenen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het arrest Jeunesse faalde.
Verder verwierp de Raad het beroep op artikel 3 IVRK Pro en artikel 24 Handvest Pro, alsmede de stelling dat vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 17 Vreemdelingenwet Pro 2000 en de hardheidsclausule (artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit 2000) van toepassing zou zijn. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.