ECLI:NL:RVS:2015:3005
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving woonvoorzieningen in strijd met bestemmingsplan afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Barneveld legde appellant op het perceel in Kootwijkerbroek de verplichting op om woonvoorzieningen uit een pand te verwijderen, omdat deze in strijd zouden zijn met het bestemmingsplan en vergunningvoorwaarden. Appellant maakte bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moest nemen.
Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het gebruiksverbod van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo niet had toegepast en dat het in stand laten van de woonvoorzieningen een overtreding van de Wabo opleverde. De Afdeling oordeelde dat het gebruiksverbod niet van toepassing was omdat het bestemmingsplan onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening was vastgesteld en dat de woning was vergund, zodat geen sprake was van bouwen zonder vergunning.
Verder stelde het college dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat twee herstelsancties waren opgelegd voor dezelfde overtreding, wat in strijd is met artikel 5:6 van Pro de Awb. De Afdeling bevestigde dat het college twee herstelsancties had opgelegd, wat niet is toegestaan, maar dat het intrekken van het eerdere besluit pas na de uitspraak van de rechtbank plaatsvond en de rechtbank daarom terecht had geoordeeld.
Appellant voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, maar de Afdeling verwierp dit omdat geen concrete toezegging was gedaan en het college de vergunningvoorwaarden niet had ingetrokken. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij haar kan worden ingesteld. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college en het incidenteel hoger beroep van appellant worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.