ECLI:NL:RVS:2015:3
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen watervergunning voor lozing afvalwater
Het dagelijks bestuur heeft een watervergunning verleend voor het lozen van afvalwater vanuit een mestverwerkingsinstallatie in oppervlaktewater nabij de percelen van appellanten. Appellanten stelden dat zij belanghebbenden zijn vanwege mogelijke risico’s voor milieu en gezondheid, waaronder geurhinder en aanwezigheid van antibiotica en resistente bacteriën.
De rechtbank had het beroep van appellanten niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen voldoende persoonlijk en direct belang bij het besluit hadden. De Raad van State bevestigt dit oordeel. De afstand tussen het lozingspunt en de percelen van appellanten is aanzienlijk, en het afvalwater kan de percelen niet bereiken. Daarnaast onderscheidt het gebruik van de gronden door appellanten zich onvoldoende van dat van anderen om een bijzonder belang aan te nemen.
Ook het feit dat appellanten in een andere procedure als belanghebbenden werden aangemerkt, leidt niet tot een ander oordeel. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.