ECLI:NL:RVS:2015:2987
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake dwangsommen huur- en zorgtoeslagen
Op 30 juli en 31 oktober 2012 verzocht appellant stukken over huurtoeslagen 2010-2012 en zorgtoeslag 2011 bij de Belastingdienst/Toeslagen. Na het uitblijven van besluiten stelde appellant meerdere keren de dienst in gebreke en verzocht om dwangsommen. De rechtbank verklaarde sommige beroepen gegrond en legde dwangsommen op.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen de vastgestelde dwangsommen wegens niet tijdig beslissen op verzoeken van 31 oktober 2012. De Afdeling oordeelde dat deze brieven geen aanvragen in de zin van artikel 1:3 Awb Pro waren, maar onderdeel van een bezwaarprocedure, zodat geen dwangsommen konden worden toegekend. De rechtbank had dit niet onderkend en oordeelde onjuist.
Appellant stelde incidenteel hoger beroep in tegen de niet-toekenning van dwangsommen voor het verzoek van 30 juli 2012 en tegen het niet vergoeden van incassokosten. De Afdeling oordeelde dat ook dit verzoek geen aanvraag was in de zin van de Awb en dat incassokosten niet in deze procedure konden worden behandeld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking had op de beroepen inzake zorgtoeslag 2011 en huurtoeslagen 2010 en 2011, verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde het besluit van 10 januari 2014. Het bezwaar tegen het besluit van 4 november 2013 werd niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd omdat geen proceskosten waren vastgesteld.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen gegrond, waarbij geen dwangsommen worden toegekend.