ECLI:NL:RVS:2015:2982
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bestemmingsplan Buitengebied Noord Breda met windturbines en agrarische ontwikkelingen
Bij besluit van 7 november 2013 stelde de raad van Breda het bestemmingsplan Buitengebied Noord vast, dat onder meer agrarische bestemmingen, windturbines en regelingen voor seizoenarbeiders bevat. Diverse appellanten en de minister van Defensie stelden beroep in tegen dit plan en de latere wijzigingen daarvan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde de beroepen aan de hand van de Verordening ruimte 2012 van Noord-Brabant en de Wet ruimtelijke ordening. De Afdeling toetst terughoudend of het plan in redelijkheid als goed ruimtelijk ordeningsinstrument kan worden aangemerkt en of het plan voldoet aan wettelijke voorschriften.
De Afdeling oordeelt onder meer dat het milieueffectrapport (plan-MER) voldoende inzicht geeft in milieugevolgen en alternatieven, dat de regeling voor tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders adequaat is begrensd in tijd en aantal, en dat de agrarische bestemmingen in redelijkheid zijn vastgesteld. Wel is geoordeeld dat de omgevingsvergunningplicht voor diepploegen onvoldoende is gemotiveerd voor werkzaamheden vanaf 0,30 m diepte. Daarnaast is vastgesteld dat de aanduidingen voor windturbines niet voldoen aan de vereisten van de Verordening 2012, met name vanwege het ontbreken van clusters van acht turbines, de sloopgarantie en onduidelijkheid over de ashoogtemeting. Ook is het geluidsonderzoek ontoereikend voor de toegestane 105 m hoge turbines. Andere bezwaren over landschapswaarden en teeltondersteunende voorzieningen zijn afgewezen.
De Afdeling verklaart het beroep van de minister niet-ontvankelijk en wijst de overige beroepen deels af en deels gegrond, met name op punten van archeologische bescherming, windturbinebestemmingen en geluid. Het bestemmingsplan wordt daarmee deels in stand gelaten en deels onrechtmatig bevonden.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Buitengebied Noord Breda wordt deels in stand gelaten en deels onrechtmatig bevonden vanwege onvoldoende archeologische bescherming, onrechtmatige windturbinebestemmingen en ontoereikend geluidsonderzoek.