ECLI:NL:RVS:2015:297
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid voor rijbewijs categorie B wegens alcoholmisbruik
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weigerde appellant op 23 mei 2014 een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen van categorie B af te geven, omdat hij niet voldeed aan de eisen van een recidiefvrije periode van alcoholmisbruik. Appellant was op 5 april 2014 gekeurd door een arts en een psychiater, die concludeerden dat appellant wekelijks gemiddeld tien alcoholeenheden consumeerde, waardoor de vereiste recidiefvrije periode van één jaar niet was bereikt.
Appellant voerde aan dat het rapport onjuiste feiten bevatte en dat hij tijdens het onderzoek verkeerd was begrepen. Hij stelde dat het rapport niet zorgvuldig was opgesteld en dat eerdere verklaringen over alcoholproblemen niet juist waren weergegeven. Ook stelde hij dat de rechtbank ten onrechte een aanvullend deskundigenrapport van De Boer en Verheul niet had betrokken.
De Raad van State oordeelde dat het rapport van 5 april 2014 een belangrijke en voldoende betrouwbare basis vormt voor het besluit van het CBR. De enkele betwisting van appellant was onvoldoende om aan de juistheid van het rapport te twijfelen. De rechtbank had het aanvullende deskundigenrapport wel betrokken maar vond daarin geen aanleiding om het besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat het CBR streng toetst op alcoholmisbruik vanwege de verkeersveiligheid en dat een recidiefvrije periode van één jaar vereist is voor herkeuring. De Raad van State benadrukt het belang van een zorgvuldige rapportage en dat betwisting zonder concrete aanwijzingen onvoldoende is om een besluit te vernietigen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de weigering van het CBR wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.