ECLI:NL:RVS:2015:295
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op asielaanvraag
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af bij besluit van 9 januari 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris niet verplicht was inzage te vragen in het visumdossier van de vreemdeling, omdat de bevoegdheid tot visumverlening bij de minister van Buitenlandse Zaken ligt. Wel mocht de staatssecretaris de informatie uit het visumdossier betrekken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de vreemdeling. De Raad stelde vast dat de informatie uit het visumdossier haaks stond op de verklaringen van de vreemdeling over haar situatie en schulden.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de door de vreemdeling gestelde problemen met schuldeisers ongeloofwaardig waren en dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.