ECLI:NL:RVS:2015:2947
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en ongegrondverklaring beroep tegen inreisverbod
Bij afzonderlijke besluiten van 15 augustus 2013 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vijf vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten op 24 februari 2015 ongegrond. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast heeft de staatssecretaris op 26 juni 2015 aan vreemdeling 1 de opdracht gegeven de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. Tegen dit besluit is eveneens beroep ingesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningen en het beroep tegen het inreisverbod behandeld.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningen kennelijk ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep tegen de opdracht om de EU te verlaten wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit niet op rechtsgevolg is gericht. Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard, mede omdat vreemdeling 1 niet binnen de gestelde termijn Nederland heeft verlaten en geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd om het inreisverbod te verminderen of te laten vervallen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarmee de eerdere besluiten van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en verklaart het beroep tegen het inreisverbod ongegrond en niet-ontvankelijk.