ECLI:NL:RVS:2015:2941
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod na hoger beroep
Bij verschillende besluiten van 9 januari 2014 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die zich onbevoegd verklaarde voor zover het ging om het inreisverbod en de beroepen voor het overige ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State. Zij voerden onder meer aan dat hun afvalligheid een nieuw asielmotief vormde, verwijzend naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat dit nieuwe motief niet in de bestuurlijke fase was aangevoerd en dat de wetgeving (artikel 8:69 Awb Pro en artikel 83 Vreemdelingenwet Pro 2000) niet voorziet in behandeling van nieuwe asielmotieven in deze procedure.
Verder werd geoordeeld dat de overige aangevoerde gronden niet tot vernietiging van het vonnis leiden en geen vragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep werd dan ook kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.