ECLI:NL:RVS:2015:2939
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E.A. Minderhoud
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Buitengebied gemeente Opsterland wegens strijd met Natuurbeschermingswet en zorgvuldigheidsnorm
Bij besluit van 30 juni 2014 stelde de raad van de gemeente Opsterland het bestemmingsplan "Buitengebied" gewijzigd vast. Appellanten, waaronder een inwoner van Lippenhuizen en de Vereniging voor Natuurbescherming, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bouwvlak voor het perceel van appellant niet met de vereiste zorgvuldigheid was vastgesteld, omdat een omgevingsvergunning niet was betrokken. Daarnaast werd geoordeeld dat het plan in strijd is met artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998, omdat de stikstofdepositie niet juist was berekend en de referentiesituatie onjuist was gehanteerd.
Verder bleek dat de regeling in artikel 28 van Pro de planregels onvoldoende zekerheid biedt dat het plan geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Ook de uitzonderingen in artikel 28, lid 28.2, onder a, zijn niet vooraf beoordeeld door het bevoegde bestuursorgaan, waardoor de vereiste zekerheid ontbreekt.
De Afdeling verwierp bezwaren over de Flora- en faunawet en de bescherming van houtwallen en houtsingels, oordeelde dat deze voldoende waren gewaarborgd. Uiteindelijk werden de beroepen gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor de genoemde onderdelen, en werd de raad opgedragen de uitspraak binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Buitengebied wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met de Natuurbeschermingswet en onvoldoende zorgvuldigheid, met veroordeling in proceskosten.