ECLI:NL:RVS:2015:2902
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens onvoldoende financieel belang
De appellant verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand, welke door de raad werd afgewezen omdat de aan de rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding stonden tot het belang van de zaak. Het financiële belang betrof een boete van €155 en administratiekosten van €6, wat onder de wettelijke grens van €500 ligt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd.
Appellant voerde aan dat hem twee sancties van elk €316 waren opgelegd, waardoor het financiële belang hoger zou zijn dan €500. De Afdeling oordeelde echter dat de zaak als één geheel moet worden beschouwd, waarbij het belang wordt bepaald aan de hand van de boete en kosten van de kantonrechterlijke uitspraak, en dat het beroep tegen een andere boete niet is gevoegd.
Verder stelde appellant dat hij een bijzonder belang had vanwege de geautomatiseerde sanctieoplegging en omdat hij slachtoffer was van fraude. De Afdeling vond dat deze omstandigheden geen zwaarwegende belangen of persoonlijke omstandigheden vormden die een toevoeging rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging bevestigd.