ECLI:NL:RVS:2015:290
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering afgifte verklaring omtrent gedrag na verdenking op overtreding Opiumwet
De staatssecretaris heeft op 6 september 2013 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen vanwege een verdenking van overtreding van de Opiumwet. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 19 november 2013 werd afgewezen. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Gelderland, die op 22 juli 2014 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de verdenking op overtreding van de Opiumwet voldoende grond bood voor de weigering van de VOG. Het beroep van appellant dat de weigering onzorgvuldig was en in strijd met het beginsel 'geen straf zonder schuld' zou zijn, werd verworpen omdat de VOG-weigering een preventief bestuursrechtelijk instrument betreft en geen straf.
De Afdeling stelde vast dat appellant in hoger beroep geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank konden ondermijnen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.