ECLI:NL:RVS:2015:2868
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling bij terugkeer naar Sudan niet opnieuw zal worden gedetineerd en gemarteld
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Veiligheid en Justitie en de vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vernietigde.
De staatssecretaris had geoordeeld dat de vreemdeling, ondanks eerdere detentie en marteling in Sudan, bij terugkeer niet opnieuw zal worden gedetineerd of gemarteld, mede omdat hij ruim een jaar na vrijlating zonder problemen in Sudan verbleef en legaal het land verliet met een door de Sudanese autoriteiten verstrekt paspoort.
De rechtbank had dit oordeel van de staatssecretaris niet gevolgd en het besluit vernietigd, stellende dat de motivering onvoldoende was om te concluderen dat de vreemdeling de screening op de luchthaven ongeschonden zou doorkomen.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het ambtsbericht en de motivering van de staatssecretaris niet voldoende heeft geacht. De Raad verklaart het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.