ECLI:NL:RVS:2015:2867
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM en vernietiging eerdere uitspraak rechtbank
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 23 oktober 2013 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond is en dat het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond is.
De kern van het geschil betrof de vraag of het inreisverbod in strijd was met artikel 8 van Pro het EVRM, dat het recht op respect voor familie- en gezinsleven beschermt. De Afdeling stelde dat de staatssecretaris alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken in zijn belangenafweging en een fair balance had gevonden tussen het belang van de vreemdeling en het algemeen belang van Nederland.
Daarmee was het inreisverbod niet onrechtmatig en werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het eerdere besluit van de staatssecretaris bleef in stand.
Uitkomst: Het inreisverbod en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel zijn niet in strijd met artikel 8 EVRM; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.