ECLI:NL:RVS:2015:2862
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op rechtstreeks beroep tegen afwijzing opheffing inreisverbod
De staatssecretaris heeft op 31 oktober 2014 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van een tegen hem uitgevaardigd inreisverbod afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in, dat door de rechtbank Den Haag niet-ontvankelijk werd verklaard en ter behandeling als bezwaarschrift aan de staatssecretaris werd doorgezonden.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Raad van State oordeelde dat het beroep rechtstreeks bij de bestuursrechter moest worden behandeld, omdat opheffing van een inreisverbod volgens de Regeling rechtstreeks beroep niet via bezwaar kan worden aangevochten. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het geen geldige grief bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard en besloot het beroep zelf af te doen. De inhoudelijke toetsing leidde tot de conclusie dat de vreemdeling niet had aangetoond dat hij gedurende een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten Nederland verbleef. Er waren geen nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen die een andere beoordeling rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.