ECLI:NL:RVS:2015:2859
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 12 september 2014 is afgewezen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 27 november 2014 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt ambtshalve dat de vreemdeling reeds op 26 augustus 2015 in een eerdere zaak (nr. 201401196/1/V2) in hoger beroep gegrond is verklaard, waarbij het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank zijn vernietigd. Gezien deze eerdere uitspraak en het feit dat de staatssecretaris bij het nieuwe besluit moet uitgaan van de actuele feiten en omstandigheden, heeft de vreemdeling geen belang meer bij het voorliggende hoger beroep.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.