ECLI:NL:RVS:2015:2834
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag ondanks niet-ontvankelijkheid bezwaar
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die haar beroepen tegen terugvorderingen van de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond verklaarde.
De Belastingdienst had het voorschot kinderopvangtoeslag over 2011 vastgesteld op €7.431 en €3.637 aan te veel betaalde voorschotten teruggevorderd. Voor 2012 was het voorschot op nihil gesteld. Appellant stelde dat zij de toeslag tijdig had stopgezet en geen geldelijk voordeel had genoten omdat de toeslag rechtstreeks aan de kinderopvanginstelling werd betaald. De rechtbank oordeelde dat appellant verantwoordelijk was voor de storting op het rekeningnummer van de kinderopvanginstelling en dat de terugvordering terecht was.
Daarnaast werd het bezwaar tegen het besluit van 8 mei 2013 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellant voerde aan dat zij telefonisch was geadviseerd niet direct bezwaar te maken, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering van de te veel betaalde kinderopvangtoeslag en verklaart het hoger beroep ongegrond.