ECLI:NL:RVS:2015:2812
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen terugvordering kinderopvangtoeslag 2010
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 21 januari 2014 de kinderopvangtoeslag van appellante voor 2010 definitief vast op €10.104 en vorderde €787 terug. Na bezwaar en beroep werd dit door de rechtbank ongegrond verklaard. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Naar aanleiding van een herziening van het verzamelinkomen van appellante werd bij besluit van 13 maart 2015 de kinderopvangtoeslag herzien tot €10.583 en werd een bedrag van €308 teruggevorderd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep mede een beroep tegen dit herzieningsbesluit inhield.
Appellante stelde dat de toeslag niet op haar rekening was gestort maar op die van het gastouderbureau en dat het bedrag van €308 reeds was geïnd via verrekening. De Belastingdienst gaf aan dat uitstel van betaling was verleend en dat geen verrekening had plaatsgevonden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard.