ECLI:NL:RVS:2015:2794
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken duurzame relatie volgens Dublinverordening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 1 augustus 2014 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
Centrale discussie betrof de toepassing van artikel 9 van Pro de Dublinverordening, waarbij de vreemdeling stelde dat zij een duurzame relatie had met haar partner in Nederland. De staatssecretaris voerde aan dat de relatie niet duurzaam was, onder meer vanwege tegenstrijdige verklaringen van de vreemdeling over de vader van haar kind en haar verblijf in Nederland, en het ontbreken van objectief bewijs van de relatie.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd. De Raad vond dat de staatssecretaris terecht had vastgesteld dat geen sprake was van een duurzame relatie en verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het beroep van de vreemdeling af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 27 augustus 2015.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.