ECLI:NL:RVS:2015:2785
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake feitelijke overdracht aan Italië
Op 10 juli 2014 maakten de vreemdelingen bezwaar tegen hun voorgenomen feitelijke overdracht aan Italië op 14 juli 2014. De staatssecretaris verklaarde dit bezwaar op 24 maart 2015 ongegrond. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 21 april 2015 eveneens ongegrond. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was omdat de feitelijke overdracht op 14 juli 2014 niet was geëffectueerd, waardoor de vreemdelingen geen belang meer hadden bij een oordeel over de rechtmatigheid daarvan.
Daarnaast verzochten de vreemdelingen op 21 augustus 2015 om een voorlopige voorziening om overdracht op 26 augustus 2015 te voorkomen. De voorzieningenrechter vond geen grond om aan te nemen dat de overdracht onrechtmatig zou zijn en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.