ECLI:NL:RVS:2015:2782
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 21 mei 2014 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, van Koerdische afkomst en afkomstig uit een politiek actief gezin, vreesde vervolging en onevenredige bestraffing bij terugkeer naar Turkije vanwege zijn politieke activiteiten, eerdere arrestaties en veroordeling wegens propaganda voor een terreurorganisatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, stellende dat het ambtsbericht onvolledig was omdat er onvoldoende vragen waren gesteld over mogelijke bestraffing wegens dienstplichtweigering en vergelijkbare zaken. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk een discriminatoire behandeling zou ondervinden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris nadere vragen had moeten stellen en dat het individueel ambtsbericht voldoende inzicht bood. Verder faalden de klachten van de vreemdeling over de beoordeling van zijn politieke activiteiten, de toepassing van het Vluchtelingenverdrag en de motivering van het besluit. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.