ECLI:NL:RVS:2015:278
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontvallen procesbelang na compensatie door derde
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het procesbelang was vervallen. Dit volgde op een compensatiebetaling van € 1.200 door ArkeFly, een derde-partij, waarmee het compensatieverzoek van appellant werd ingewilligd.
De staatssecretaris had eerder het verzoek om handhavend op te treden tegen ArkeFly afgewezen en het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding de staatssecretaris te veroordelen in proceskosten omdat het procesbelang was komen te vervallen door de compensatie van ArkeFly.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling tegen ArkeFly had uitgesproken. De Afdeling overwoog dat een proceskostenveroordeling tegen een derde-partij in beginsel niet aan de orde is, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Omdat ArkeFly niet erkende gehouden te zijn tot compensatie en het niet duidelijk was dat die gehoudenheid bestond, was het niet redelijk ArkeFly te veroordelen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af. Er was geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling tegen de staatssecretaris of ArkeFly.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.