ECLI:NL:RVS:2015:2773
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over vergunningplicht en vestigingseisen voor luchtvaartmaatschappijen volgens EU-VS Verdrag en Luchtvaartwet
Lufthansa Cargo voerde zonder vergunning vrachtvluchten uit van Ecuador en Colombia via een tussenstop in de VS naar Nederland. De staatssecretaris legde een last onder dwangsom op en weigerde een vergunning omdat Lufthansa Cargo niet voldeed aan de vestigingseis in Nederland, waaronder het stationeren van een deel van de vloot in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep van Lufthansa Cargo ongegrond en bevestigde dat het EU-VS Verdrag geen recht geeft om vracht uit derde landen zonder vergunning in Nederland uit te laden. De Raad van State overweegt dat het EU-VS Verdrag niet eenduidig bepaalt of vracht uit derde landen via de VS mag worden uitgeladen in een andere lidstaat zonder bilaterale verdragen.
De Raad legt daarom prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 3 van Pro het EU-VS Verdrag, de mogelijkheid voor luchtvaartmaatschappijen om rechten jegens andere lidstaten dan hun hoofdvestiging te ontlenen, en de verenigbaarheid van vestigingseisen met artikel 5 van Pro Verordening 847/2004. De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst tot het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: Behandeling van het hoger beroep geschorst in afwachting van prejudiciële uitspraak Hof van Justitie over vergunningplicht en vestigingseisen.