ECLI:NL:RVS:2015:2772
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 30 december 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Het betrof het verwijderen van een stuk karton dat naast een aangewezen inzamelvoorziening was geplaatst. Het college stelde een deel van de kosten (€126,00) voor rekening van appellant.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat hij nadere informatie had opgevraagd om zijn bezwaar aan te vullen, en dat het college ten onrechte op het bezwaar had beslist voordat op zijn verzoek was gereageerd. Dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak verworpen omdat de benodigde informatie reeds was verstrekt en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze informatie noodzakelijk was.
Voorts voerde appellant aan dat hij niet de overtreder was omdat het stuk karton mogelijk uit de inzamelvoorziening was gevallen. De Afdeling oordeelde dat het college mocht aannemen dat appellant de overtreder was, aangezien het karton aan hem kon worden herleid en zijn stelling onvoldoende aannemelijk was.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang en de kostenverrekening blijven daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afval is ongegrond verklaard.