ECLI:NL:RVS:2015:2770
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing spoedeisende bestuursdwang bij verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 3 februari 2015 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door appellant. Hierbij werd een doos verwijderd die naast een aangewezen inzamelvoorziening was geplaatst. Het college bracht een deel van de kosten (€ 126,00) bij appellant in rekening.
Appellant voerde aan dat alleen strafrechtelijk tegen de overtreding opgetreden kon worden en dat het bestuursrechtelijk handhaven misbruik van bevoegdheid zou zijn. Ook betwistte hij dat hij de overtreder was, omdat enkel een poststuk met zijn naam in de doos was aangetroffen. Daarnaast stelde hij bezwaren tegen de bezwaarprocedure, de deskundigheid van ambtenaren en de hoogte van de kosten.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was bestuursrechtelijk op te treden op grond van de Wet milieubeheer en de Awb. De bezwaarprocedure voldeed aan de wettelijke eisen, en appellant is voldoende gehoord. De aanwezigheid van een poststuk met zijn naam maakt hem in de regel overtreder, tenzij hij aannemelijk maakt dat hij niet de overtreder is, wat niet is gelukt. De spoedeisendheid van bestuursdwang is terecht gemotiveerd, en de kosten zijn redelijk gespecificeerd en toerekenbaar.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang en het kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.